De pilotgig vindt zijn oorsprong in Cornwall, in Zuidwest-Engeland. Deze snelle zeeroeiboot werd gebruikt om loodsen naar zeilschepen voor de kust te brengen. De bemanning die als eerste bij een schip aankwam, kreeg de opdracht. Uit deze onderlinge strijd ontstond het wedstrijdroeien met pilotgigs.
Het traditionele ontwerp van de pilotgig dateert uit de negentiende eeuw en is sindsdien vrijwel onveranderd gebleven. Een pilotgig is ongeveer tien meter lang en biedt plaats aan zes roeiers en een stuur. Iedere roeier roeit met één riem. De voeten zitten niet vast en de riemen liggen los tussen de pennen, waardoor roeiers zich vrij kunnen bewegen. De snelheid wordt vooral bepaald door techniek, ritme en samenwerking.
Pilotgigs worden van hout of polyester gebouwd en zijn geschikt voor recreatieve trainingen, toertochten én wedstrijden.
WV De Schinkel heeft twee polyester pilotgigs: **Arie de Gelder** en **Marie van Schinkel**. Dankzij deze twee boten kunnen op populaire momenten meerdere teams trainen en kunnen meer roeiers deelnemen aan trainingen en toertochten. Beide gigs liggen in het door Schinkelleden ontworpen en gebouwde botenhuis.
WV De Schinkel is aangesloten bij de Dutch Pilot Gig Association, de landelijke organisatie die het pilotgigroeien in Nederland ondersteunt en bevordert.
Gigroeien is een teamsport die je vrijwel het hele jaar buiten op het water beoefent. Het vraagt om conditie en kracht, maar vooral ook om een goede roeitechniek en samenwerking.
“Gigroeien is voor mij de ultieme teamsport, want alleen samen krijg je de gig op snelheid. Het is goed voor je conditie en techniek én buiten op het water ontspan je van je hoofd tot aan je tenen.”